Rabiës

Rabiës (hondsdolheid) is een virusinfectie van het centraal zenuwstelsel die dodelijk afloopt. De enige remedie is dan ook voorkómen. Het virus wordt verspreid door speeksel van besmette zoogdieren.

Besmetting
Hondsdolheid komt in de hele wereld voor maar vooral in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Dragers van het virus zijn besmette zoogdieren zoals honden, katten, apen of vleermuizen. Het is niet altijd te zien of dieren besmet zijn. Sommige dragen het virus bij zich zonder er zichtbaar last van te hebben. Het is in elk geval verdacht wanneer een dier agressie toont of onrustig is.
Het virus wordt overgebracht door een beet, krab of lik van een besmet dier. Via wondjes in de huid of de slijmvliezen (ogen, mond) dringt het virus het lichaam binnen. Eenmaal in het zenuwstelsel doorgedrongen, zal het virus hondsdolheid veroorzaken en is geen genezing meer mogelijk.

Verschijnselen
Het ziekteverloop bestaat uit verschillende stadia. In de beginfase treden rillingen, koorts, malaise, gebrek aan eetlust, misselijkheid, braken en hoofdpijn op. De plaats van de wond kan jeuken en pijnlijk zijn. In de volgende, neurologische fase doen zich hyperactiviteit, nekstijfheid, stuiptrekkingen en verlamming voor. In deze fase veroorzaken spiegelende voorwerpen, zoals glas en water heftige krampen. Uiteindelijk raakt de patiënt in coma en overlijdt.
Het kan weken of maanden duren voordat de verschijnselen zich openbaren. Dit hangt van de afstand van de beet tot de hersenen af.

Preventie
Vermijd contact met zoogdieren; haal honden, katten en apen niet aan. Voorkom dat u gebeten of gekrabd wordt, vermijd tevens dat zoogdieren de niet intacte huid likken.
Laat u direct behandelen na een beet, krab of lik van een mogelijk besmet dier. De wond moet goed worden schoongemaakt met water en zeep en ontsmet worden met betadine of alcohol. Zorg ervoor dat u, liefst binnen 24 uur, antiserum krijgt. Begin zo snel mogelijk met een serie van vijf vaccinaties. Ook zijn antibiotica en mogelijk een tetanusvaccinatie nodig.
Als u vooraf bent gevaccineerd heeft u geen antiserum en minder vaccinaties nodig. Ook heeft u iets langer de tijd om de behandeling d.m.v. rabiësvaccinaties op te starten.